HEMbrug op de snijtafel

HEMbrug op de snijtafel

Op 5 februari gaat HEMbrug op de snijtafel. Robert Leferink, tot vorig jaar projectdirecteur van HEMbrug komt in een dubbelcollege toelichten welke doorbraken nodig waren voor een nieuwe aanpak en hoe de business case van de 43 hectare voormalig defensieterrein is opgebouwd.

Robert Leferink: Die twee uur hebben we ook wel echt nodig. Ook wij hebben jarenlang geprobeerd marktpartijen de kar te laten trekken. Uiteindelijk moesten we constateren dat zij dat niet gingen doen. Maar dan heb je nog geen nieuwe aanpak. In 2012 waren er meerdere ‘doorbraken’ nodig. Een is dat de verschillende overheden tot het inzicht kwamen dat ze weliswaar samenwerkten, maar toch andere verantwoordelijkheden hebben. Helder afspreken wie wat ging doen en waarvoor verantwoordelijk is, dat was eigenlijk de eerste stap.

SG: En de tweede doorbraak?
RL:  Dat was het kiezen voor een langzame ontwikkelstrategie. Dat was zeker niet makkelijk voor het Rijkvastgoedbedrijf. Dat heeft niets te maken met ideologie of het vastzitten aan blauwdrukdenken zoals wel eens gezegd wordt, maar alles met de praktische uitvoering. Je kunt wel zeggen dat je de tijd gaat nemen, flexibel wilt zijn en (alleen) gaat investeren met gebruikers, maar dat moet in een organisatie als het Rijksvastgoedbedrijf waar alle ogen op gericht zijn, natuurlijk ook goed geregeld zijn. Nou daar kan ik je wel het nodige over vertellen.

SG: Licht eens een tip van de sluier op?
RL:  Een van de dingen die we moesten regelen is een systematiek om af te wegen waarin je wel en waarin je niet investeert. Het gaat om meer dan 100 gebouwen en wij wilden zo min mogelijk investeren. Dus alleen daar waar het rendeert. Dat moet je regelen. En dan heb je nog de administratieve kant. Elk gebouw is een business case, maar er is ook een business case voor de tijdelijke exploitatieperiode. Maar ook een voor de permanente herbestemming. Het Rijksvastgoedbedrijf ontwikkelt nu, maar op termijn zal ze dit waarschijnlijk toch afstoten. Al die investeringen zijn financieel gelinkt. Er zijn inbrengwaardes, afschrijvingen en dergelijke.

SG: Dus je monitort ook of de nieuwe aanpak, die tijdelijke exploitatie, leidt tot waardeontwikkeling?
RL: Inderdaad. Dat maakt het ook spannend: werkt de nieuwe aanpak ook financieel? Dat de aanpak werkt om het gebied aan de praat te krijgen, daar waren we al snel achter. Begin 2014, sneller dan wij verwachtten, hebben we een groot deel van het terrein voor het publiek kunnen openen (http://bit.ly/1coZijP). Dat is ook het deel waar de meeste monumenten staan. Na meer dan honderd jaar is het terrein weer toegankelijk. Een groot deel van de gebouwen in het openbare deelgebied zijn verhuurd, of onderhanden en misschien wel het belangrijkste: er komen weer mensen naar HEMbrug. Eigenlijk best snel.

Meer informatie over de Leergang herbestemmen en een programmafolder vindt u hier.

468 ad